Spankracht bij hangend gewicht

Lucas stelde deze vraag op 20 februari 2026 om 21:29.

Toch  nog een vraag.

Als het  niet lukt om met cosinus uit te rekenen, waarom zie ik op de volgende vraag heel veel mensen antwoorden met 2 x 30kg x Cos(30) = 51,96kg?

Dat ging toch niet zonder rechthoekige driehoek? Is hun antwoord fout? Of weten ze hier toch een rechthoekige driehoek uit te halen?

Reacties

Jaap op 20 februari 2026 om 22:01

Dag Lucas,
De meetinstrumenten in beide schuine kettingen wijzen even veel aan: 30 kg.
Eigenlijk meten de instrumenten geen massa (in kg), maar een kracht (in N).
Nemen we eenvoudig $g=10\,\text{m/s}^2$, dan wijst elke krachtmeter 300 N aan.
De spankracht in elke ketting is even groot. De kettingen zijn zowat even steil.

Zodoende hebben we ongeveer de situatie van Theo's figuur van 16 februari 2026 om 10.28 uur in draad 98438, tweede afbeelding van rechts. De vierhoek is een bijzonder parallellogram: een ruit, met vier even grote zijden.
In Theo's afbeelding verdeelt de 'resultante spankracht' de ruit in tweeën, links en rechts.
Teken een extra lijn, horizontaal tussen de rode pijlpunten van Theo's afbeelding. Deze lijn verdeelt de ruit in tweeën, onder en boven.
Vanwege de symmetrie staan de twee diagonalen loodrecht op elkaar, zodat je de cosinus kunt gebruiken in een van de driehoeken onderaan.

De notatie '2 x 30kg x Cos(30) = 51,96kg' verdient niet de voorkeur. We betrekken de richting immers niet op een massa (scalar, in kg), maar op een kracht (vector, met een grootte in N).
Groet, Jaap

Theo de Klerk op 20 februari 2026 om 22:14

De door Jaap bedoelde figuur (uit ander topic)

Lucas op 20 februari 2026 om 22:55

Sorry Jaap maar ik zie echt even niet in hoe de 2 diagonalen loodrecht op elkaar staan? Als de opgegeven hoek van het plaatje 90° was dan snap ik het. Maar de opgegeven hoek is 60°.

Waardoor, zoals ik het zie, de hoek tussen de 2 diagonalen: 180 - 30 - 30 = 120° moet zijn?

Theo de Klerk op 20 februari 2026 om 23:10

Platte meetkunde leert over een ruit:

  • parallellogram met vier gelijke zijden
  • tegenover elkaar liggende hoeken zijn gelijk (in elk parallellogram is dat zo)
  • diagonalen staan altijd loodrecht op elkaar 
  • diagonalen zijn bissectrices van de hoeken (d.w.z. delen de hoek in 2 gelijke half-hoeken)


Je kunt het ook simpelweg zien als het bepalen van de verticale component van elke kettingkracht, en die naderhand optellen. 

Plaats een reactie

+ Bijlage

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vraag te beantwoorden.

Clara heeft tweeëntwintig appels. Ze eet er eentje op. Hoeveel appels heeft Clara nu over?

Antwoord: (vul een getal in)