Dag Lucas,
De meetinstrumenten in beide schuine kettingen wijzen even veel aan: 30 kg.
Eigenlijk meten de instrumenten geen massa (in kg), maar een kracht (in N).
Nemen we eenvoudig $g=10\,\text{m/s}^2$, dan wijst elke krachtmeter 300 N aan.
De spankracht in elke ketting is even groot. De kettingen zijn zowat even steil.
Zodoende hebben we ongeveer de situatie van Theo's figuur van 16 februari 2026 om 10.28 uur in draad 98438, tweede afbeelding van rechts. De vierhoek is een bijzonder parallellogram: een ruit, met vier even grote zijden.
In Theo's afbeelding verdeelt de 'resultante spankracht' de ruit in tweeën, links en rechts.
Teken een extra lijn, horizontaal tussen de rode pijlpunten van Theo's afbeelding. Deze lijn verdeelt de ruit in tweeën, onder en boven.
Vanwege de symmetrie staan de twee diagonalen loodrecht op elkaar, zodat je de cosinus kunt gebruiken in een van de driehoeken onderaan.
De notatie '2 x 30kg x Cos(30) = 51,96kg' verdient niet de voorkeur. We betrekken de richting immers niet op een massa (scalar, in kg), maar op een kracht (vector, met een grootte in N).
Groet, Jaap