
Volgens mij moet het antwoord A zijn. Maar hoe ik het bereken kom ik op antwoord B dus doe ik het waarschijlijk niet goed.
Ik trek een denkbeeldige lijn vanaf de zak omhoog. Dan krijg ik een aanliggende zijde en een schuine zijde voor A en B. Dus dit bereken je volgens mij met Cos. Cos van B is groter, dus dat zou betekenen dat de schuine zijde (het touw) meer kracht ervaart dan in situatie A?
Want aanliggende zijde / schuine zijde = Cos.
Stel het gewicht is 100N. Hoek A = 30° en hoek B is 45°.
100N ÷ Cos(30) ≈ 115N en 100N ÷ Cos(45) ≈ 141N.
Waar ga ik fout?