Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Cartesische_duiker . Het holle voorwerp blijft (gewicht voorwerp + opgesloten lucht) net zweven (gewicht = - opwaartse kracht). Door de druk iets te laten stijgen op het water, wordt soms dit voorwerp wat ingeduwd of stroomt water in een klein buisje van het voorwerp. In beide gevallen neemt het volume voor de lucht af, de massa ervan niet, dus de dichtheid neemt toe. Het totale gewicht blijft hetzelfde maar de opwaartse kracht (evenredig met het volume) neemt af zodat het gewicht groter is (naar beneden wijzend) dan de opwaartse kracht (omhoog). Netto dus een kracht naar beneden: het voorwerp zinkt.
Als je de druk vermindert, zet het voorwerp weer wat uit (drukvereffening) en kan het weer stijgen of zweven.