trein in een bocht en een stilstaand vliegtuig

Ard van der Horst stelde deze vraag op 16 april 2026 om 13:52.

Ik zat laatst in een trein en keek uit het raam. Een vliegtuig dat de landing ging inzetten leek stil te staan, maar echt helemaal stil. Tegelijk merkte ik dat de trein op dat moment een (flauwe) bocht aan het maken was in de richting van het vliegtuig - zeg maar om het vliegtuig heen/achter het vliegtuig langs. Kan het zo zijn dat die bocht iets deed met mijn waarneming? En zo ja, is daar een precieze berekening voor, in de zin van 'precies deze bocht bij deze snelheid van het vliegtuig geeft dit effect'?

Reacties

Theo de Klerk op 16 april 2026 om 14:34

Allerlei bewegingen die gelijktijdig plaatsvinden geven voor wie denk "stil te staan" allerlei net andere bewegingen. Zo'n vliegtuig staat op veel grotere afstand en hoewel die sneller zal bewegen dan de trein is die beweging visueel veel kleiner (vergelijk sterren die met honderden km/s  door het heelal razen en waarvan we al eeuwen lijken te zien dat ze stil staan). Twee treinen parallel in dezelfde richting geven het idee van stilstaan, andersom van dubbele snelheid. Een trein in een bocht en een vliegtuig in de lucht - die bewegingen zouden elkaar kunnen compenseren waardoor voor jou lijkt alsof het vliegtuig stilstaat. 

En "helemaal stilstaan" kan ook als de bewegingsrichting op de kijkrichting is en er geen zijdelingse beweging waargenomen wordt.

Er zijn vast berekeningen op uit te voeren (als bekend is waar het vliegtuig is in x,y,z coordinaten, de richting (vector: grootte en richting), ditto voor de trein...) maar daar begin ik niet aan met zoveel onbekenden.

Pieter Kuiper op 16 april 2026 om 18:37

Dit doet me denken aan iets wat ik ooit op een zeilcursus geleerd heb:

https://zeilersforum.nl/mediawiki/index.php?title=Aanvaringspeiling 

Dat werkt dus wanneer er een achtergrond te zien is. Voor vliegtuigen is het moeilijker goede referentiepunten te kiezen.

Plaats een reactie

+ Bijlage

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vraag te beantwoorden.

Clara heeft tien appels. Ze eet er eentje op. Hoeveel appels heeft Clara nu over?

Antwoord: (vul een getal in)