Ter illustratie van Jaaps uitleg: de "bekende" tekening die Newton al maakte. Zet een kanon op een (denkbeeldig heel hoge) berg en schiet een kogel af. Alle kogels vallen met een boog naar beneden door de zwaartekracht. Hoe groter de afschietsnelheid, hoe verder de kogel komt voor die op de grond valt (banen A t/m G). Maar ondertussen kromt ook de aarde onder de kogelbaan.
Bij een bepaalde, hoge afschietsnelheid valt de kogel naar de aarde maar de bodem buigt er even veel onder weg zodat ondanks het vallen de kogel nooit op de grond komt: de kogel is in een baan om de aarde (baan V). Zoals de planeten dus ook naar de zon vallen maar door hun baansnelheid (kogel: afschietsnelheid) komen ze nooit op de zon maar blijven in hun baan eromheen.
