Dag Thomas,
dan ga je wat proberen. Wie weet vind je een logica want het ziet er heel erg repeterend uit hè? Je veronderstelt voor elke weerstand bijvoorbeeld 10 Ω. (als ze niet gelijk zijn dan is er geen beginnen aan dit puzzeltje)
En dan bereken je eerst:

Da's simpel, 20 Ω ohm.
Nou deze:

Dat kan nog vrij eenvoudig in 3 stappen, 16,666... Ω
En dan

enzovoort.
Succes, Jan