golven

ana stelde deze vraag op 23 januari 2026 om 12:28.

wat heeft constructieve en destructieve interferentie te maken met coherentie

Reacties

Pieter Kuiper op 23 januari 2026 om 12:51

Het hangt af van de tijd waarover gemiddeld wordt.

Interferentie wordt geïntroduceerd met bronnen waarvan het faseverschil vast is (zuivere sinussignalen van twee luidsprekers, druppelaars in een golfbak etc). Het kan ook met één bron wanneer je de golf splitst, zoals licht door twee spleten etc.

Maar wanneer je twee lasers hebt, zie je geen interferentie. Evenmin tussen twee fluitspelers. De frekwenties zijn niet precies gelijk en niet precies konstant, dus wat je hoort of ziet zijn gemiddelden van momenten met constructieve en destructieve interferentie. Met een snelle oscilloscoop kun je dat misschien nog wel zien. Daaruit kun je dan een coherentietijd bepalen.

Theo de Klerk op 23 januari 2026 om 12:56

ik neem aan dat dit in relatie tot laserlicht gevraagd wordt?

Laserlicht bestaat uit licht dat maar 1 smalle band van lichtfrequenties heeft (ideaal maar 1 frequentie, praktisch "bijna allemaal dezelfde"). Dat ontstaat uit licht van veel meer frequenties door dat herhaald tussen spiegels te reflecteren. Golven die naar links lopen komen daar weerkaatste golven die naar rechts lopen tegen. De golven interfereren. Meestal loopt dit uit op (min of meer) onderlinge uitdoving. Maar golven van gelijke frequentie versterken elkaar. 

Na een aantal weerkaatsingen levert dit uiteindelijk een enkele frequentie op die door constructieve interferentie het overleeft. Als het licht dan "ontsnapt" zien we het als laserlicht in een smalle bundel licht.

Zie bijv https://nl.wikipedia.org/wiki/Laser_(licht)

Jaap op 23 januari 2026 om 13:25

Dag Ana,
Denkend aan wat je over je vraag kunt tegenkomen in de bovenbouw van het vwo...

a. Stel dat twee geluidsbronnen A en B geluid uitzenden in alle richtingen. Het kan gebeuren dat er in de omgeving punten zijn waar de geluidsgolven uit A en B op elk moment zoveel mogelijk versterken (constructieve interferentie). Zulke punten liggen op een buiklijn. Er kunnen ook punten zijn waar de golven elkaar zoveel mogelijk verzwakken (destructieve interferentie). Deze punten liggen op een knooplijn. Dit gebeurt alleen netjes als de bronnen coherent zijn: de uitgezonden golven
• zijn van dezelfde soort, bij voorbeeld sinusvormig op de oscilloscoop én
• hebben dezelfde frequentie én
• hebben bij de bron dezelfde gereduceerde fase
Behalve deze drie voorwaarden voor coherentie zorgen we dat de amplitude (geluidssterkte) bij de bronnen even groot is. Het patroon van zwarte buiklijnen ziet er dan idealiter uit zoals hieronder getekend.


b. Hebben de uitgezonden golven niet de genoemde kenmerken, dan kan ook constructieve en destructieve interferentie optreden, maar niet zo netjes als getekend. Bij voorbeeld op het ene moment wel constructieve interferentie, maar het volgende moment niet op dezelfde plek.

c. Versterking en verzwakking van golven uit coherente bronnen kan ook optreden bij andere soorten golven. Bij voorbeeld met licht (interferentiepatroon zichtbaar op een scherm achter een tralie of twee spleten) of magnetrongolven (interferentiepatroon zichtbaar op een plaat waar je marshmallows op hebt gelegd). Of, bij het onderwerp quantumwereld, met 'deeltjesgolven' van elektronen.
Hopelijk helpt dit.
Groet, Jaap

Plaats een reactie

+ Bijlage

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vraag te beantwoorden.

Noortje heeft vierentwintig appels. Ze eet er eentje op. Hoeveel appels heeft Noortje nu over?

Antwoord: (vul een getal in)