Als een snelheid in grootte verandert komt dat door een versnellingscomponent in de richting van de snelheid. Die is tangentieel aan de baan.
Als de snelheid van richting verandert (snelheid is een vector: heeft grootte en richting) dan staat een versnellingscomponent loodrecht op de snelheid. En dus loodrecht op de baan.
De combinatie van componenten (tot resultante atot) bepaalt uiteindelijk de baanbeweging. Die kan "alle kanten" op wijzen met tangentieel en loodrecht op de baan als uitersten.