looping

Gilles stelde deze vraag op 27 november 2025 om 23:32.

Hallo, "Een vliegtuig zit aan een kwart van de looping, en begint sneller te vliegen." Teken de snelheidsvector en de versnellingsvector en teken alle krachten. Is het dan geen ECB meer? En heersen dan motorkracht, zwaartekracht, wrijvingskracht en centripetale kracht( netto)=FECB? en hoe teken je die?

Alvast bedankt.

Reacties

Jaap op 28 november 2025 om 00:52

Dag Gilles,
Als het vliegtuig sneller begint te vliegen, voert het geen eenparige cirkelbeweging (ECB) meer uit. Eenparig wil hier zeggen dat de grootte van de snelheid constant is.

Als eerste stap lijkt het me nuttig als je twee tekeningen a en b maakt voor de situatie waarin de grootte van de snelheid wel constant is. Het vliegtuig is op de plaats 'drie uur op de klok', rechts van het middelpunt van de baan en volgt de cirkel tegen de wijzers van de klok in.
a. Een zij-aanzicht loodrecht op het vlak van de cirkel met de snelheid en de versnelling als pijlen getekend. De lengte van de pijlen is niet van belang.
b. Een zij-aanzicht loodrecht op het vlak van de cirkel met de krachten als pijlen:
• de zwaartekracht op het vliegtuig
• de door de motor ontwikkelde voortstuwende kracht in de vliegrichting
• de luchtweerstandskracht tegen de vliegrichting in
• de 'dragende kracht' van de lucht op het vliegtuig, die bij horizontaal vliegen zorgt dat het vliegtuig niet valt
Door welke van deze krachten wordt de centripetale kracht geleverd?
(Dit is een gerechtvaardigde vereenvoudiging van het krachtenspel.)

Daarna kun je de twee tekeningen aanpassen voor het geval dat het vliegtuig sneller gaat vliegen.
Groet, Jaap

Gilles op 28 november 2025 om 08:09

Als het  vliegtuig sneller begint te vliegen, is er dan ook tangentiële versnelling? Is atot dan niet naar het middelpunt? En bedoel je de liftschacht met de centripetale kracht? Groeten

Theo de Klerk op 28 november 2025 om 09:09

Als een snelheid in grootte verandert komt dat door een versnellingscomponent in de richting van de snelheid. Die is tangentieel aan de baan.

Als de snelheid van richting verandert (snelheid is een vector: heeft grootte en richting) dan staat een versnellingscomponent loodrecht op de snelheid. En dus loodrecht op de baan.

De combinatie van componenten (tot resultante atot) bepaalt uiteindelijk de baanbeweging. Die kan "alle kanten" op wijzen met tangentieel en loodrecht op de baan als uitersten.

Plaats een reactie

+ Bijlage

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vraag te beantwoorden.

Clara heeft vijftien appels. Ze eet er eentje op. Hoeveel appels heeft Clara nu over?

Antwoord: (vul een getal in)