ioniserende straling: ooglens
Jaap stelde deze vraag op 07 november 2025 om 23:43.Enkele vragen over blootstelling van de ooglens aan ioniserende straling
naar aanleiding van A.J.J. Bos et al., Inleiding tot de stralingshygiëne, 2009
In het In het "Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming" zijn dosislimieten vastgelegd voor de equivalente dosis $H_\text{T}$ ontvangen per kalenderjaar door de ooglens van personen in verschillende categorieën (Bos 13.5.6). Dit is niet bedoeld als een equivalente dosis die men 'mag' oplopen, want de dosislimieten stellen alleen grenzen waar aan verplichtingen wat betreft rechtvaardiging en optimalisatie (ALARA) is voldaan.
Toch kan het gebeuren dat men in een praktijkgeval $H_\text{T}$ wil bepalen nadat iemands ogen aan ioniserende straling zijn blootgesteld.
a. Geldt de dosislimiet dan voor een enkele ooglens of voor beide ooglenzen samen?
Stel dat een ooglens bij een incident een orgaandosis $D_\text{T}=2\,\text{mGy}$ heeft ontvangen door uitwendige bestraling met energierijke bèta's of fotonen (Bos 6.2.1).
b. Geldt dan voor de door de ooglens ontvangen equivalente dosis
$H_\text{T}=w_\text{R}\cdot D_\text{T}=1\cdot 2=2\,\text{mSv}$ (Bos 6.2.1)?
Als ik hiervan de bijdrage aan de effectieve dosis $E$ (hele lichaam) wil berekenen, moet ik $H_\text{T}$ dan vermenigvuldigen met een weefselweegfactor $w_\text{T}=0,05$ (Bos 6.2.2.1 tabel 6.3, 'Overige organen/weefsels')?
d. Waardoor behoort de ooglens 'tot de meest stralingsgevoelige organen' (Bos 5.4.2.2)?
Groet, Jaap
Reacties
Ik ben geen bioloog, maar er zijn verschillende mechanismen van stralingsgevoeligheid. Waar ik het eerst aan zou denken is stralingsziekte bij een hoge akute dosis en dat zijn dan vooral de darmen die erg gevoelig zijn omdat daar veel celdelingen plaatsvinden. Wanneer celkernen beschadigd zijn door ioniserande straling gaat er vaak iets mis met de celdeling en als dat bij veel cellen zo is gaat het orgaan kapot.
De ooglens is iets heel anders. Daar vindt geen celdeling plaats, ik denk eigenlijk dat er eigenlijk geen cellen zijn. Het is weefsel dat een leven lang mee moet. En het moet transparant en helder blijven. Ioniserende straling veroorzaakt schade en vertroebeling, die niet gerepareerd wordt. Er ontstaat waarschijnlijk ook wel schade in het glasachtig lichaam, maar ik denk dat beschadigde eiwitten daaruit worden verwijderd of afgevoerd.
Tegenwoordig is dat op te lossen met een staaroperatie.
Eerder schreef ik: 'Als ik hiervan de bijdrage aan de effectieve dosis $E$ (hele lichaam) wil berekenen, moet ik dan $H_\text{T}$ vermenigvuldigen met een weefselweegfactor $w_\text{T}=0,05$?'
Inmiddels gevonden: nee, voor de ooglens passen we geen weefselweegfactor toe.
ICRP Publication 60 (171): 'However, there are two tissues which will not necessarily be adequately protected by a limit on effective dose, mainly in the case of external exposure. These are the lens of the eye, which makes no contribution to the effective dose, and the skin, which may well be subject to localised exposures. Separate dose limits are needed for these tissues.'
Deze afzonderlijke dosislimieten zijn equivalente doses $H_\text{T}$ voor de ooglens en ledematen en huid zoals vermeld in Binas tabel 27D2. De ooglens draagt niet bij aan de dosislimiet voor de effectieve dosis $E$ die (de rest van) het hele lichaam betreft.
Overigens is er volgens de ICRP nog aanvullende informatie nodig over de effecten van straling op de ooglens. Zijn het weefselreacties (met drempeldosis, voorheen deterministische effecten) zoals in Binas tabel 27D1 en/of stochastische effecten (geen drempeldosis)?
Groet, Jaap
Dag Pieter,
Ter informatie het volgende met wat ik inmiddels heb gevonden.
Je schrijft: 'Waar ik het eerst aan zou denken is stralingsziekte bij een hoge akute dosis en dat zijn dan vooral de darmen die erg gevoelig zijn omdat daar veel celdelingen plaatsvinden.'
Acute effecten bij een intense bestraling van het hele lichaam zijn eerst, vanaf ongeveer $D=1\,\text{Gy}$, hoofdpijn, misselijkheid en diarree die overgaan na enkele uren of dagen.
Bij een eenmalige dosis tot $10\,\text{Gy}$ overheersen symptomen in het bloed en het bloedvormend weefsel (beenmergsyndroom).
Boven $10\,\text{Gy}$ geabsorbeerd door het hele lichaam overheersen beschadigingen van het maag-darmkanaal (maag-darmsyndroom).
Je schrijft: 'Wanneer celkernen beschadigd zijn door ioniserande straling gaat er vaak iets mis met de celdeling en als dat bij veel cellen zo is gaat het orgaan kapot.'
Bij de genoemde syndromen ontstaat een ernstige verstoring van de orgaanfunctie vooral doordat de meer gevoelige stamcellen waaruit normaliter nieuwe cellen ontstaan, kapot gaan. Er ontstaan onvoldoende nieuwe cellen.
Je schrijft: 'De ooglens is iets heel anders. Daar vindt geen celdeling plaats, ik denk eigenlijk dat er eigenlijk geen cellen zijn.'
Inderdaad ontstaat stralingsschade bij de ooglens op een andere manier
In de ooglens worden in delende epitheelcellen nieuwe cellen voor de lenskern gevormd.
Zie https://en.wikipedia.org/wiki/Lens_(vertebrate_anatomy)
en ICRP Publication 118, Section 2.6 en
https://www.rerf.or.jp/en/programs/roadmap_e/health_effects-en/early-en/cataract_en/
Troebeling ontstaat voor een belangrijk deel in het kapsel (geen cellen) aan de achterzijde van de ooglens.
Groet, Jaap
Beste Jaap,
Hierbij een antwoord op jouw vragen.
a) Geldt de dosislimiet dan voor een enkele ooglens of voor beide ooglenzen samen?
Deze geldt voor een enkele ooglens.
Stel dat een ooglens bij een incident een orgaandosis DT van 2 mGy heeft ontvangen door uitwendige bestraling met energierijke bèta's of fotonen (Bos 6.2.1).
b) Geldt dan voor de door de ooglens ontvangen equivalente dosis HT = wR DT = 1 * 2 = 2 mSv?
Ja
c) Als ik hiervan de bijdrage aan de effectieve dosis E (hele lichaam) wil berekenen, moet ik HT dan vermenigvuldigen met een weefselweegfactor wT = 0,05 (Bos 6.2.2.1 tabel 6.3, 'Overige organen/weefsels')?
Nee (door jou al aangegeven hierboven), de weefselweegfactor verdisconteerd de stralingsgevoeligheid van een weefsel en is bedoeld om het risico op kanker in te schatten. Bij de ooglens gaat het om deterministische effecten (o.a. cataract).
d) Waardoor behoort de ooglens 'tot de meest stralingsgevoelige organen' (Bos 5.4.2.2)?
Dit antwoord is terug te vinden in de door jou ook al genoemde ICRP publicatie 118 op pagina 117 alinea (248): "The lens of the eye is one of the most radiosensitive tissues in the body
(Brown, 1997; Ainsbury et al., 2009). When the radiosensitivity of various eye tissues
is compared, detectable lens changes are noted at doses between 0.2 and 0.5 Gy,
whereas other ocular pathologies in other tissues occur after acute or fractionated
exposures of between 5 and 20 Gy."
Met vriendelijke groet,
Leon
Ik zie dat de limiet voor een ooglensdosis sinds Bos 2009 fors aangescherpt is:
"Was 150 mSv op jaarbasis …..
Is nu 20 mSv op jaarbasis"
Volgens pagina 10 in een Powerpoint-pdf over de wetgeving van 2018.
Dag Pieter,
In je bron van 23.21 uur staat "Was 150 mSv op jaarbasis ….. Is nu 20 mSv op jaarbasis".
Deze gewijzigde dosislimiet betreft alleen de groep 'blootgestelde werknemers'.
De dosislimiet voor de ooglens van 'werknemers, algemeen' en 'leden van de bevolking' is in februari 2018 niet gewijzigd.
Zo'n dosislimiet voor de ooglens is een 'equivalente dosis' $H_\text{T}$, niet een 'dosis' of 'effectieve dosis'.
Huidige regelgeving: Besluit Basisveiligheidsnormen stralingsbescherming
https://wetten.overheid.nl/BWBR0040179/2025-01-01
Groet, Jaap
Dag Leon,
Wederom dank voor het antwoord.
Groet, Jaap