tweespleet experiment

lukas stelde deze vraag op 17 juni 2024 om 19:59.

uit een studie in de 1920s is gebleken dat niets voorspelbaar is tot dat het is gebeurd. Zo zou Niels Bohr gelijk hebben over zijn theorie over quantummechanica en zou Einstein fout zitten door de gedachten dat alles relatief is.

Wat ik niet begrijp is het tweespletenexperiment, dat experiment ging zo: er werden elektronen (of fotonen en andere deeltjes) een voor een naar een oppervlakte met twee spleten geschoten. (het kan ook met een straal van elektronen maar een voor een begrijp ik het minst goed) de elektronen werden opgevangen op een bord. en beetje voor beetje onstond er een patroon. En nu komt het stuk dat ik niet begrijp. er werd gezegt dat het elektron overal was, en toch ook niet bestond tot dat het het scherm raakte. 

ik hoop dat iemand me kan helpen en al vast bedankt.
groet lukas.

Reacties

Theo de Klerk op 17 juni 2024 om 21:25

Hier zit het "inzicht" in verborgen dat een deeltje twee gedaanten kan hebben: het deeltje zoals we het kennen maar ook als "materie-golf". 

Als we het elektron als deeltje zien, dan kan het alleen door de ene of de andere spleet gaan. Maar dat is niet wat we ervaren: er ontstaat een interferentiepatroon van plekken waar het deeltje achter de spleten lijkt te zijn beland. Dat patroon is wel waar het elektron als deeltje is aangetroffen: blijkbaar meer op sommige posities dan andere (overeenkomstig waar de materiegolf amplitude (kans) 0 heeft of maximaal)

Blijkbaar is het deeltje bij dit experiment geen deeltje maar een materie-golf die allerlei golfgedragingen heeft, zoals interferentie.  Dan kun je ineens wel het 2-spletenexperiment verklaren.   De Broglie kwam met de stelling dat een deeltje met snelheid v en massa m (dus impuls p = mv) een materiegolf is met een golflengte heeft van λ = h/p . Dat zijn heel korte golflengten - veel korter dan zichtbaar licht. Daarom kan een elektronenmicroscoop veel gedetailleerdere opnamen tonen van een klein object dan een optische microscoop. Materiegolven zijn geen lichtgolven.

Is een elektron een deeltje? Is het een golf?  Is het allebei?  Dat weten we dus niet. Voor sommige situaties laat het gedrag zich met een materiegolf verklaren, soms met een deeltje.

Het foto-elektrische effect doet hetzelfde bij licht. Einstein toonde ermee aan dat licht zich soms als deeltje gedroeg (een foton) en niet als golf. Terwijl een buigingsrooster interferentiepatronen laat zien waarin het zich als golf gedraagt...

Het is dus geen definitief antwoord. Het is wat we "dualisme" noemen (omdat we het verder ook niet weten. Een Nobelprijs ligt klaar voor wie het wel weet). En dan kunnen we de natuurkunde boeken aanpassen of herschrijven.

lukas op 18 juni 2024 om 07:30

erg bedankt, ik snap het nu veel beter!

Plaats een reactie

+ Bijlage

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vraag te beantwoorden.

Clara heeft veertien appels. Ze eet er eentje op. Hoeveel appels heeft Clara nu over?

Antwoord: (vul een getal in)