Gassen en volume

Sem stelde deze vraag op 04 december 2021 om 19:44.

 Waarom staat hier dat twee grootheden invloed hebben op het volume want ook als je meer moleculen hebt is er toch een groter volume?


Reacties

Theo de Klerk op 04 december 2021 om 20:21
Meer moleculen heeft zeker een effect. Maar een stof bestaat meestal uit een vast aantal moleculen.
Zoals een plank hout. Daar zit een aantal moleculen in. En daar voeg je niet zomaar een paar moleculen aan toe (wel heel veel als je er een plank bovenop timmert).

Het boek wil je vertellen hoe het volume groter kan worden bij dezelfde stof, hetzelfde voorwerp, vast aantal moleculen.  Dan zal warmte de afstand tussen de moleculen vergroten en dus wordt het voorwerp groter (het zet uit). 
Door afkoelen kan het kleiner worden. Maar dat kan ook door het samen te persen. Bij een stuk rubber kan dat relatief simpel, maar een blokje ijzer kun je alleen bij grote druk samenpersen.
Jan van de Velde op 04 december 2021 om 20:25
Dag Sem

ze hebben het in dat verhaal consequent over "een hoeveelheid gas" .
Tjha, als jij dan ook nog die hoeveelheid (n) gaat veranderen, dan zal dat inderdaad ook wel gevolgen hebben voor het volume (of de druk, of de temperatuur). Maar dat verhaal in het boek doet dat nadrukkelijk niet.

Algemene gaswet: pV=nRT

groet, Jan
Sem op 05 december 2021 om 21:17
aaah 😊 dankuwel

Ik begrijp eigenlijk ook niet precies wat rek en spanning en elasticiteitsmodulus nu is.

Want in het boek hebben ze het bij rek en spanning erover dat je zo de materialen goed met elkaar kunt vergelijken is het dan zo dat:

Rek: is dat je kunt zien hoeveel een materiaal rekt per meter.

Spanning: bij welke spanning een materiaal breekt.

Elasticiteitsmodulus hoeveel een materiaal uitrekt bij een bepaalde spanning?
Theo de Klerk op 05 december 2021 om 21:28
De formule ervoor is  σ = E ε
waarbij men eigenlijk zegt:  als ik een spanning (trekken of duwen) op een voorwerp uitoefen, gelijk aan σ (en dat is kracht/oppervlak, dus feitelijk een druk (positief of negatief) ) dan neemt de relatieve lengteverandering  met een bepaalde factor toe. Die evenredigheid is E of elasticiteitsmodulus (ook wel Young's modulus genoemd) en wordt experimenteel bepaald. En die relatieve lengteverandering ε is de toegenomen lengte vergeleken met de oorspronkelijke lengte. Bijv. 1 cm erbij bij een staaf van 3 meter geeft ε = 0,01/3

Spanning kan dus allerlei waarden hebben van 0 N/m2 tot een grote waarde. Maar vanaf een bepaalde waarde is de druk of trek (spanning) zo groot dat het voorwerp vervormt en nooit meer in zijn oude vorm terugkomt. Dat is de spanning waarbij vervloeiing optreedt. Een nog hogere spanning doet het breken. Kijk eens bij een stuk kauwgom. De vervloeiing gebeurt al bij lage trek, het breken wat later.

Plaats een reactie

+ Bijlage

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vraag te beantwoorden.

Noortje heeft vierentwintig appels. Ze eet er eentje op. Hoeveel appels heeft Noortje nu over?

Antwoord: (vul een getal in)