versnelde beweging fiets

sam stelde deze vraag op 14 september 2021 om 16:05.

kan iemand mij helpen met opgaven 3 t/m 7, ik kom telkens niet goed uit

Reacties

Theo de Klerk op 14 september 2021 om 16:49
Eerst 3 maar eens.  Een kracht vereist een versnelling. Een versnelling is over een interval gemeten gemiddeld a = Δv/Δt.  Hoe lang duurt het interval waarin Marie haar snelheid verandert? Hoe groot is die verandering?  Hoe groot is dus de versnelling.
Met die versnelling moet Marie haarzelf en de fiets bewegen. Daarvoor is een kracht nodig: F = ma

Bij 4 de geijkte situatie: vaste snelheid = geen (resulterende) kracht.  Marie oefent wel degelijk een kracht uit om vooruit te komen. Normaal zou dat een versnelling opleveren, maar nu heeft ze een weerstand van de lucht. Die is tegengesteld aan haar kracht. En wel precies zo groot dat de resulterende kracht 0 N is (want vaste snelheid). Als je Marie's kracht kent, hoe groot is dan de luchtweerstandskracht?

Plaats een reactie

+ Bijlage

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vraag te beantwoorden.

Noortje heeft twintig appels. Ze eet er eentje op. Hoeveel appels heeft Noortje nu over?

Antwoord: (vul een getal in)