vrije val

Hanneke stelde deze vraag op 08 december 2005 om 11:32.
Waarom valt elk voorwerp wrijvingsloos met dezelfde kracht naar beneden. Hoe komt het dat de vrije val voor elk voorwerp hetzelfde verloopt?

Reacties

Jaap op 08 december 2005 om 11:55
Dag Hanneke,

Stel, je laat een steen van 1 kilogram en een wattenbolletje van 1 gram tegelijk vallen zonder wrijving.
Dan vallen ze inderdaad allebei even snel. O
p alle flitsfoto's zie je dat ze even ver zijn gevallen. Rara hoe kan dat?

De aarde trekt met een grotere zwaartekracht aan de steen. Dus moet de steen toch eerder op de grond komen? Ze komen toch tegelijk op de grond doordat de steen moeilijker in beweging komt. Hoe meer massa (kilogrammen), hoe moeilijker iets in beweging komt. Als je iemand achterop de fiets hebt, kom je toch ook moeilijker op gang?

P.S. Natuurkundig gezien kun je niet zeggen dat "elk voorwerp met dezelfde kracht naar beneden gaat". Wel is de versnelling van beide voorwerpen gelijk. De versnelling is hoeveel snelheid (m/s) er in 1 seconde bij komt.
Schipper op 09 december 2005 om 09:53
Kijk dit antwoord is leuk en waarschijnlijk natuurkundig gezien ook volledig correct.... maar, die randvoorwaarde altijd :(Als je een veertje en een stalen kogel van de scheve toren van Pisa afgooit, KOMEN ze NIET tegelijk op de grond.Als iemand daar nou eens een goede beschrijving van geeft. Dus niet de natuurkunde leraar uithangen en zeggen: "Als er geen wrijving is komen het veertje en de kogel gelijktijdig aan." want er is WEL wrijving.Ja, ik ken het experiment van de vacuumbuis met daarin een kogel en een veertje die vallen, maar ook naast de scheve toren van Pisa kan ik ademhalen dus daar is het GEEN vacuum.
Jaap op 12 december 2005 om 16:59
Dag Schipper W,

Stel, je staat met een natuurkundeleraar op de toren van Pisa. Tegelijk laat je twee bollen vallen: de massief ijzeren bol A en de uitgeholde ijzeren bol B.

Natuurlijk heb je ervoor gezorgd dat beide bollen dezelfde doorsnede hebben, dat ze even glad zijn enzovoort; het enige verschil is dat A een grotere massa heeft dan B. De leraar beweert weer eens dat A en B tegelijk op de grond komen als er geen wrijving is, en dat beide dus op elk moment met dezelfde snelheid vallen. Je ziet dat A steeds sneller valt.

Met je nieuwste mobieltje ben je gelukkig in staat te meten hoeveel snelheid bol A er in 1 seconde bij krijgt. Deze snelheidstoeneming per seconde noemen we de versnelling a. Newton heeft uitgedokterd dat de versnelling afhangt van de resulterende kracht op de bol (ook wel nettokracht of somkracht genoemd) en de massa van de bol. In formulevorm: a=Fres/m.

Je zult begrijpen dat een grotere (gemiddelde) versnelling ertoe leidt dat een voorwerp in een kortere tijd de grond bereikt. Je ziet A eerder landen dan B. Waardoor is dan de (gemiddelde) versnelling van A kennelijk groter dan die van B?

Als op een zeker moment (volgens je leraar) A en B even snel vallen, werkt op A en B een even grote wrijvingskracht (want ook het oppervlak van A en B is even groot). Bij bol A wordt de invloed van die wrijvingskracht gedeeld door een GROOT getal m (In de formule a=Fres/m). Dus is de invloed van de wrijvingskracht op bol A klein. Bij bol B is dat andersom. Daardoor zal A, kort na de uitspraak van je leraar, sneller vallen dan B en zoals je schreef, eerder de grond bereiken.

Graag discussie....

Plaats een reactie

+ Bijlage

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vraag te beantwoorden.

Roos heeft zevenentwintig appels. Ze eet er eentje op. Hoeveel appels heeft Roos nu over?

Antwoord: (vul een getal in)