spoel/magnetisch veld

noah stelde deze vraag op 31 juli 2020 om 17:20.

Quote

Hallo, ik loop vast bij een natuurkunde vraag over geïnduceerde stroom in een spoel. Ik ken de theorie wel, alleen bij het toepassen ervan loop ik af en toe wat vast.
Ik gebruikte bij deze vraag de rechterhandregel: vingers wijzen richting de stroom en je duim geeft het noorden in het magnetisch veld aan. De richting van de stroom moet het opgewekte veld gaan tegenwerken. Ik loop vanaf hier vast met de opdracht, omdat ik geen idee heb hoe ik dit het beste kan aanpakken. Weet iemand hier raad mee? Alvast bedankt



Reacties:

Theo de Klerk
31 juli 2020 om 17:33
Quote
Pas de wet van Lenz toe.  

- magneet beweegt naar een spoel: spoel genereert een zelfde pool (afstoting)
  (dus in <A> komt er een Z pool: stroom loopt van a naar b volgens rechterhand regel)
- magneet beweegt weg van een spoel: spoel genereert een tegengestelde pool (aantrekking)
   (dus in <C> een Z pool: stroom loopt van a naar b)
noah
01 augustus 2020 om 11:28
Quote
Hallo Theo, bedankt voor de snelle reactie. Ik begrijp uw redenering wel, alleen het antwoordenboekje geeft aan dat antwoord B correct is. Kunt u dit herleiden uit de opgave?

Theo de Klerk
01 augustus 2020 om 12:09
Quote
Ik gaf alleen voorbeelden van Lenz voor <A> en <C>.  Die geven a -> b stromen en dus fout voor de vraag "welke van b naar a".

Bij <A> en <C> ontstaat rechts telkens een afstotende (A) zuidpool en een aantrekkende (C) zuidpool. In beide gevallen gaat de stroom dezelfde kant op om die zuidpool te creeren: van a naar b

Bij <B> en <D> is er een afstotende (B) of aantrekkende (D)  noordpool nodig. Daarvoor moet in beide gevallen de stroom van b naar a gaan.

Het gesuggereerde antwoord dat alleen B goed zou zijn is onzin. In de manier waarop ze A/C afwijzen vertellen ze onzin over A/D. Die geven niet dezelfde stroomrichting. Als dat zo zou zijn dan zou <D> net als <A> een zuidpool moeten maken. En dat is niet zo.
Dus antwoordenboekje is (niet voor het eerst) fout. Zowel <B> als <D> geven een stroom van b naar a.
Ze zouden gelijk hebben als in <D> de windingsrichting omgedraaid zou zijn. Maar dan wordt de opgave meer een puzzelplaatje.

Bovendien vind ik de manier van vraagoplossen in deze methode (welke?) een vreemde. Telkens eerst stellen dat iets niet kan en "dus" maar een oplossing overblijft kan in enkele gevallen (ook in de wiskunde) handig zijn. Maar hier lijkt het me beter in alle situaties de rechterhandregel toe te passen en op basis daarvan te bepalen of de richting overeenkomt met het gevraagde.

Plaats een reactie:


Bijlagen:

+ Bijlage toevoegen

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vraag te beantwoorden.

Ariane heeft elf appels. Ze eet er eentje op. Hoeveel appels heeft Ariane nu over?

Antwoord: (vul een getal in)