In het water

Saartje stelde deze vraag op 04 november 2019 om 23:57.

Quote

Ik moet het volgende kunnen aantonen met een berekening:

volgens de formule voor de wrijvingskracht heeft een zwemmer met een lengte van 1,90 m die een even grote kracht uitoefent als een zwemmer van 1,70m een constante snelheid die 6% groter is dan de zwemmer met een lengte van 1,70m.

wrijvingskracht Fw geldt

Fw= k.A.v*2

hierin is:
- k een constante die voor alle zwemmers gelijk is;
- A is de oppervlakte van een dwarsdoorsnede van een zwemmer, loodrecht op de bewegingsrichting van het lichaam in m*2;
-v de snelheid in m/s

twee zwemmers worden onderzocht met dezelfde massa. Neem aan dat deze zwemmers de oppervlakte van de dwarsdoorsnede A omgekeerd evenredig is met hun lengte.

kan iemand mij helpen bij de uitwerking want ik vind het onwijs moeilijk.. 

Reacties:

Jan van de Velde
05 november 2019 om 00:08
Quote
dag Saartje,

dit is een stukje wiskunde dat samenhangt met het aloude gezegde dat als het niet uit de lengte komt, het uit de breedte moet komen. Maar nu letterlijk.

Beide zwemmers hebben een gelijke massa, en dus mag je een gelijk lichaamsvolume veronderstellen. dat blijkt ook uit

Neem aan dat deze zwemmers de oppervlakte van de dwarsdoorsnede A omgekeerd evenredig is met hun lengte.


Beschouw een zwemmer even als een cilinder. volume = oppervlakte grondvlak x hoogte

een 19/17 keer zo grote hoogte betekent een 17/19 keer zo groot grondvlak

maar omdat F gelijk blijft, en k ook, betekent een 17/19 keer zo groot grondvlak ook een 19/17 keer zo grote v² ...

groet, Jan
Saartje
06 november 2019 om 14:16
Quote
Dank voor de goede uitleg!

Plaats een reactie:


Bijlagen:

+ Bijlage toevoegen

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vraag te beantwoorden.

Roos heeft tweeëntwintig appels. Ze eet er eentje op. Hoeveel appels heeft Roos nu over?

Antwoord: (vul een getal in)