Versnelling,vertraging Fietser

Anoniem17 stelde deze vraag op 20 oktober 2012 om 21:33.

Een fietser staat aan het begin van een lange weg.t=0 begint hij te fietsen.De eerste 5 sec. heeft hij een versnelling van 1,5 m/s (kwadraat).Volgens fiets hij 10 sec. verder met constante snelheid.Dan remt hij af,met een constante vertraging,zodat hij nog 12 m aflegt voordat hij helemaal stilstaat.

 

1.Maximale snelheid wat de fietser bereikt?

2.Hoe groot is zijn versnelling bij het afremmen?

3. Gemiddelde snelheid tijdens de rit?

 

Als iemand mij kan helpen, Graag!
Alvast Bedankt!

Reacties

Jan op 20 oktober 2012 om 22:07

Dag Anoniem 17,

ideaal sommetje voor de standaard-aanpak:

 

  1. vertalen gegeven en gevraagd
  2. bijpassende formule zoeken
  3. invullen
  4. uitrekenen
  5. goede eenheid erachter zetten
stap 1:

t= 5s

a= 1,5 m/s²

vbegin = 0 m/s

veind = ?? m/s 


stap 2:
ken jij een formule met t, a veind en vbegin ? (of in plaats van die laatste twee samen, Δv)

Groet, Jan

 

Anoniem17 op 21 oktober 2012 om 14:41

Hoi Jan,

Bedankt dat je hebt gereageerd.

 

Ja, ik heb een aantal formules.

 Ik weet eigenlijk niet welke ik moet gaan toepassen.

v=a*t

1/2a*t²=s

Vgem=verplaating/tijd  

Δv/Δt=a

vgem=vbegin+veind/2

Maar de laatste formule gebruik je toch bij een eenparige versnelling of een vertraging?                                                     En dat is nu niet het geval toch?

Dus ik ben nu effe in de war.

Groetjes

 

Jan op 21 oktober 2012 om 14:52

Anoniem17, 21 okt 2012

 

Ja, ik heb een aantal formules.

 Ik weet eigenlijk niet welke ik moet gaan toepassen.

v=a*t

1/2a*t²=s

Vgem=verplaating/tijd  

Δv/Δt=a

vgem=vbegin+veind/2

 

in welke van deze formules vind je zowel je gegeven a en t als je gevraagde v terug??

Want dat is de truuk van die standaard-aanpak. Alle grootheden waar je wat van weet of van moet weten staan netjes onder elkaar op een rijtje. Bijvoorbeeld, met een formule als F=m·a kun je niks omdat F en m niet voorkomen bij je gegeven en gevraagde grootheden. 

groet, Jan

Plaats een reactie

+ Bijlage

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vraag te beantwoorden.

Clara heeft zes appels. Ze eet er eentje op. Hoeveel appels heeft Clara nu over?

Antwoord: (vul een getal in)