kracht uitrekenen hefboom

nick stelde deze vraag op 27 augustus 2012 om 20:09.

Hallo

 

Is er iemand die me deze opgave zou kunnen uitleggen?

Ik kom der niet uit, hoe ik op de antwoorden kom.

2 punten snap ik wel alleen 3 punten niet..

 

alvast bedankt!

Groet Nick

Reacties

Theo op 27 augustus 2012 om 21:29

Ik krijg de indruk dat niet alle pagina's of de tekst van de complete opgave getoond wordt. Van wat ik zie zou ik denken:

De bedoeling is dat je kijkt naar de balk die kan wiebelen om een punt in het midden (6 m van links). Er zijn drie krachten getekend, en de grootte van twee ervan worden in de tabel gegeven.

De vraag is nu te berekenen wat de grootte van de missende kracht in de tabel is, zodanig dat de balk niet roteert. Dus geldt dat "de som van alle momenten moet nul zijn".

Daarnaast vliegt de balk ook niet door de lucht of schuift opzij - er is dus ook geen translatiebeweging. Dat kan alleen als alle krachten tezamen vectorieel opgeteld nul zijn.  Alle krachten F1 t/m F3 wijzen naar beneden. Er moet een kracht naar boven zijn om te voorkomen dat de balk naar beneden beweegt. En die is er: op het wiebelpunt wordt door de wig een kracht omhoog uitgeoefend, de Freactie.

Voorbeeld bij de eerste regel:

Geen rotatie, dus  F1 . d1 + F2 . d2 + F3 . d3 = 0
 ofwel  + 60 . 6 - 30 . 4 - F3 . 8 = 0    Daaruit volgt F3 = 30 N
Geen translatie: F1 + F2 + F3 + Freactie = 0 dus Freactie = 120 N (naar boven wijzend)

En zo ook de rest. Waarbij moet letten op de rotatie die een kracht de balk wil laten ondergaan (kloksgewijs wordt negatief genomen) en de bewegingsrichting van de krachten (negatief naar beneden)

Jan op 27 augustus 2012 om 21:46

Dag Nick,

 Als jij “twee punten” wel snapt, dan maak ik daaruit voorzichtig op dat je de momentenstelling hebt geleerd als “moment links = moment rechts” (bij evenwicht).

 Laat ik dat eens anders schrijven:

 “de som van alle momenten links = de som van alle momenten rechts” (bij evenwicht)"

 (eigenlijk is dat nóg anders, zie aan het eind **)

  

Die eerste:

 Links heb je een moment van 60N x 6m = 360 Nm

 Voor evenwicht zou je rechts dus ook 360 Nm moeten hebben voor evenwicht.

 De bekende kracht F2 levert rechts 30N x 4 m = 120 Nm.

 Aan de rechtse kant kom ik dus 360-120 = 240 Nm tekort voor evenwicht.

 240 Nm wordt geleverd door een onbekende kracht F3 met een arm van 8 m.

 Moment = kracht x arm

 240 = F3 x 8

 F3 = 240:8 = 30 N

  

Alle krachten wijzen naar beneden, de reactiekracht op het draaipunt zal dus 60 + 30 +30 = 120 N naar boven zijn.

  

**Eigenlijk is het

 Bij evenwicht geldt : de som van alle momenten is 0

 Je spreekt dan af dat je een kracht die iets tegen de klok in laat draaien een positief moment geeft , en een kracht die iets met de klok mee laat draaien een negatief moment.

 Het sommetje wordt dan: (d=arm)

 +F1*d1 – F2*d2 –F3*d3 = 0

 +60*6 – 30*4 –F3*8 =0

 360 – 120 – F3*8 =0

240 – F3*8 = 0

240 = F3*8

 240 / 8 = F3

30 = F3

 

nick op 27 augustus 2012 om 22:18

okee ik denk dat ik het snap, heb de antwoorden in gevuld zijn ze goed?

 

alvast bedankt

Jan op 28 augustus 2012 om 08:34

Ja, je antwoorden kloppen.

Groet, Jan

Plaats een reactie

+ Bijlage

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vraag te beantwoorden.

Noortje heeft acht appels. Ze eet er eentje op. Hoeveel appels heeft Noortje nu over?

Antwoord: (vul een getal in)