Aan een veer hangt 50 kg massa en wordt uitgetrokken. Er geldt F1 = gewicht van 50 kg = C1.u (kracht = veerconstante x uittrekking)
Aan de veer ernaast hangt eenzelfde veer met 50 kg die evenveel wordt uitgetrokken. Opnieuw F1 = gewicht 50 kg = C1.u (identieke situatie)
We bevestigen beide veren aan een massa van 100 kg en zien eenzelfde uittrekking. Nu geldt F = gewicht van 100 kg = C2.u
Uit de drie situaties kun je zien dat F2 = F1+F1 = gewicht 50+50 kg. Uitrekking u is hetzelfde:
F2 = C2.u = F1 + F1 = (C1+C1).u Hieruit kun je concluderen dat
C2 = 2 C1
ofwel 2 identieke veren naast elkaar kunnen ook vervangen worden door 1 sterkere veer met dubbele waarde van de veerconstante (of zoals je zegt "dubbele elasticiteit" hoewel het woord "dubbele stugheid" een betere omschrijving is. Dubbel elastisch heeft een klank van buigbaarder, elastischer, slapper bij zich. Maar als "elastisch" betekent "evenredig met veerconstante" dan zit je goed.)
Blijft de tegengestelde vraag over die ook regelmatig op dit forum terugkomt: hoe gedragen 2 identieke veren zich als ze onder elkaar worden gehangen?
Gedachte-experiment: neem een veer, knip hem precies in tweeen en bevestig ze weer aan elkaar. Hoe gedraagt het tweetal zich bij een massa die eraan hangt? En hoe als een van de twee veren wordt verwijderd?