landing parachutist

Alex stelde deze vraag op 20 maart 2006 om 15:09.

 1

Tekst:

Tijdens het landen moet de parachutist tot stilstand komen. De parachutist “botst” tegen de grond. De kracht op het lichaam mag niet te groot worden. Als de parachutist rechtop landt, zal het onderste gedeelte van het lichaam voor de vertraging zorgen. Tijdens het afremmen werken er twee krachten op het lichaam: de normaalkracht (Fn) van de grond en de zwaartekracht (Fz). Voor resulterende kracht (Fr) geldt:

Fr = Fn - Fz 

Voor het berekenen van de gemiddelde resulterende kracht kan de wet van arbeid (W) en kinetische energie (Ek)  gebruikt worden. Bij het landen moet alle bewegingsenergie omgezet worden in warmte, er geldt dan:

W = ?Ek  of  Fr . s = ½ m . v2

s  = de afstand in m
m = massa in kg
v  = snelheid in m/s

De parachutist zakt door zijn knieën. Zijn/haar lichaam heeft een soort “kreukelzone”. Een redelijke waarde voor s is 0,5 m. Bij een snelheid van 6,0 m/s is dan de verhouding tussen de normaalkracht en de zwaartekracht 4,7. Of anders gezegd: de g-force of g-kracht is 4,7. Deze g-force mag niet te groot worden, anders leidt dit tot verwondingen zoals botbreuken.

In de tekst staat nu wel dat de g-kracht 4,7 is, maar hoe toon je dat aan met een eigen berekening?

Fw,l  = ½ . cw . rl . A . v2         

 

cw = de luchtwrijvingscoëfficiënt voor lucht
A  = de oppervlakte van het voorwerp gemeten loodrecht op de richting van de snelheid in m2 = 0,70 m­2.
rl = de dichtheid van lucht in kg/m3   = 1,23 kg/m3
v  = de snelheid in m/s

 

Hoe kun je de luchtwrijvingscoëfficiënt uitrekenen als je alleen de volgende informatie hebt?

 

Massa parachutist= 90kg
Hoogte= 600 meter
Parachute oppervlakte= 25 m2
Parachutist oppervlakte= 0,70 m2

Gr. Alex

Reacties

Gerwin op 20 maart 2006 om 16:00

Hoi Alex,

Het eerste deel kun je alsvolgt aantonen.

Uit de tekst halen we de volgende formules:

Fr = Fn-Fz     en Fr . s = 1/2 . m . v2

Hier voegen we zelf de bekende formule Fz = m . g aan toe en we gaan de formules uitwerken:

Uit de eerste en tweede formule blijkt:

Fn = Fr + Fz

Fr = (1/2 . m . v2)/s      dus:

Fn = (1/2 . m . v2)/s + m . g

Fz = m . g     en dan volgt:

Fn/Fz (de verhouding) = ((1/2 . m . v2)/s + m . g)  /  (m.g)

Je mag de massa m wegstrepen omdat deze boven en onder in elke term staan dus houden we over:

Fn/Fz = ((1/2 . v2)/s + g)  /  g

Invullen:

Fn/Fz = ((1/2 . 36/0.5) +9.81) / 9.81 = 4.7 (afgerond)

Voor het tweede verhaa, moet je met de gegeven waarden een aantal aannames doen.

Groet,

Gerwin

 

Robert De Wilde op 16 april 2026 om 19:41

de waarde voor de luchtwrijvingscoëfficiënt Cw,l = ~0,7

Jan van de Velde op 17 april 2026 om 00:07

Dag Robert

Dankjewel voor deze toevoeging. Ik vraag me alleen af waarvoor die geldt, welk voorwerp in welke situatie, want dat kan behoorlijke verschillen maken.

Groet, Jan

Robert De Wilde op 19 april 2026 om 01:41

Hallo,

Het misschien zijn dat Cw een andere waarde heeft, nl. voor een ronde parachute zou dit ca. 1,5 zijn

en ik vraag mij af of A niet meer is, de oppervlakte van de parachute

A = 2.m.g/pl.v².Cw 

Jan van de Velde op 19 april 2026 om 10:11

Robert De Wilde

en ik vraag mij af of A niet meer is, de oppervlakte van de parachute

Er worden twee oppervlaktes genoemd, dus je hebt de keus:

Massa parachutist= 90kg
Hoogte= 600 meter
Parachute oppervlakte= 25 m2
Parachutist oppervlakte= 0,70 m2

Groet, Jan

 

Robert De Wilde op 19 april 2026 om 13:05

Je moet de totale oppervlakte nemen, dat is de opperlakte van de parachutte die je moet gebruiken in de berekening, dat geeft wat een verschil in de uitkomst, de oppervkakte van de persoon 0,70 is niets vergeleken met de parachutte

Robert De Wilde op 19 april 2026 om 13:40

De oppervlakte van de parachutte moet A = 49 m² zijn

Als Fz = Fw = m.g = 90 x 9,81 = 1620 N

dan is  Fw = ½.Cw.pl.A.v² =

                       0,5x1,5x1,225x49x6²=

                        1620,6 N

Robert De Wilde op 19 april 2026 om 13:48

Ik ben verkeerd:

Fz =90 kg x 9,81 m/s²= 882,9 N

Fw = ½.Cw.pl.A.v²

       = 0,5x1.5x1,225x25x6² = 826,8 N

Robert De Wilde op 19 april 2026 om 13:54

De totale oppervlakte moet 26,7 m² zijn

Jan van de Velde op 19 april 2026 om 14:57

Dag Robert,

Cw-waardes zijn geen in beton gegoten vaststaande waardes. Dus, als je met redelijke aannames redelijk dicht in de buurt van praktische waardes komt dan is de kans groot dat je werkwijze klopt. 

Dat is de conclusie van dit gereken denk ik? 

Groet, Jan

Plaats een reactie

+ Bijlage

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vraag te beantwoorden.

Roos heeft vier appels. Ze eet er eentje op. Hoeveel appels heeft Roos nu over?

Antwoord: (vul een getal in)