Icon up Overzicht

Niet pigment maar lichtbreking bepaalt de kleuren van de pauw

Onderwerp: Licht, Optica (licht en lenzen) (havo), Trilling en golf

Een opgave uit het tijdschrift Exaktueel.
Jaargang 18, nummer 66, rubriek Licht, geluid, straling

Meer opgaven van de redactie van Exaktueel kun je hier vinden.

Opgave

Een pauw dankt zijn kleurenpracht aan interferentie. Zoals je kunt in het artikel kunt lezen wordt de interferentie veroorzaakt doordat in de oppervlaktelaag van de veren kristalstaafjes zitten. Die zorgen ervoor dat het oppervlak als een reflectietralie werkt. Als je in wit licht naar zo’n tralie kijkt zie je afhankelijk van de hoek een bepaalde kleur die versterkt wordt. De staafjes liggen echter ook nog eens dwars op elkaar en bovendien nog in lagen boven elkaar. Daardoor zie je onder verschillende hoeken in verschillende richtingen telkens andere kleuren. Dat maakt het wel erg ingewikkeld!

a) Welke eigenschap van een tralie bepaalt welke kleur je onder een bepaalde hoek ziet?

b) Leg uit dat bij onderdompeling in glycerine de kleur die je ziet een langere golflengte heeft.

De afstand tussen de sporen op een CD is 1,6 micrometer. Bij een CD zijn alleen het eerste-orde en het tweede orde maximum compleet te zien. De afstand tussen de staafjes van een pauweveer bedraagt 20 tot 30 micrometer. Daar krijg je juist wel veel hogere-orde maxima te zien. Die overlappen elkaar elkaar, waardoor je kleurcombinaties ziet: het iriserend effect.

c) Laat zien dat je bij een CD geen compleet derde-orde maximum krijgt.

d) Laat zien dat het derde- en het vierde-orde maximum elkaar bij de pauw overlappen als de staafjes 25 micrometer uit elkaar liggen. Tip: vergelijk rood en violet.

e) Wat bedoelt men met iriserend?