Icon up Overzicht

Bekertjes en rietjes (biofysica)

Onderwerp: Biofysica (vwo), Gas en vloeistof, Menselijk lichaam (havo)

Deze opgave komt uit de lesmethode Overal Natuurkunde 5 vwo, uit het keuzehoofdstuk Biofysica. Uitgeverij: Noordhoff Uitgevers bv.

In figuur 1 zie je drie plastic bekertjes. In elk is een gaatje gemaakt en (een deel van) een rietje gestoken. Je vult de bekertjes met evenveel water en laat ze
leegstromen.

Bekertjes_rietjes_f1

Figuur 1: Drie bekertjes, A, B, C met daarin (een stukje van een) rietje(s)

Vraag a. Leg uit waarom bij het leegstromen van elk bekertje het debiet in de loop van de tijd afneemt.

Vraag b. Voorspel welk bekertje het eerst leeg is en welk het laatst.

De inhoud van elk bekertje is 175 mL en de hoogte is 8,0 cm. De rietjes hebben een diameter van 2,0 mm en een lengte van 22 cm (bij A en C).

Vraag c. Bereken de leegstroomtijd van bekertje A als de wet van Poiseuille zou gelden.