Icon up Overzicht

Dr. G.P. Können

Onderwerp: Modelleren, Weerkunde en oceanografie

Dr. G. P. Können is bekend door zijn boek over het weer en klimaat in Nederland en het boek Gepolariseerd licht in de natuur. Beide boeken zijn goed te gebruiken als je op zoek bent naar een leuke praktische opdracht of profielwerkstuk.

Het boek over gepolariseerd licht is bijzonder verrassend. Normaal gesproken valt je de kleur en helderheid van het licht om je heen wel op, maar op de polarisatie van het licht let je doorgaans niet. Dit interview gaat echter over het onderzoek naar het weer en klimaat in Nederland en de rol van de computer daarbij.

 

1. Het KNMI haalt woensdag 28 mei 2003 de kranten met bijvoorbeeld de kop 'Temperatuur blijft stijgen in Nederland'. Moeten we ons zorgen maken?
Ja. Een verandering zorgt altijd voor problemen, omdat onze infrastructuur is ingebed in het klimaat. Wat het meest zorgen baart, is de snelheid van de toename. We krijgen in honderd jaar een temperatuurverandering van de aarde te verwerken die vergelijkbaar is met het verschil tussen een ijstijd en nu. Dit vereist aanpassingen. Anderzijds is een stijging van temperatuur altijd beter dan een daling. Er zijn dus zeker facetten die beter zullen uitvallen dan ze nu zijn.

2. Meetstations staan steeds minder afgelegen van de bewoonde wereld. Dan zal de gemeten temperatuur toch inderdaad hoger uitvallen?
Klopt, maar dit zogeheten stadseffect is gecorrigeerd als we naar het temperatuurverloop van de aarde kijken. De invloed van het stadseffect op de metingen wordt geschat op 0,1-0,2 graad stijging in de afgelopen 150 jaar.

3. Uw afdeling houdt zich onder andere bezig met klimaatonderzoek (vroeger en nu). De rol van de computer is ook in dat vakgebied enorm groot. Kunt u een voorbeeld geven van een (recente) toepassing van het numeriek analyseren bij het onderzoek naar klimaatveranderingen?
Onderzoek hoe de stromingen in de atmosfeer zich ontwikkelen. Ook onderzoek naar het gat in de ozonlaag is belangrijk. Maar daarnaast het binnenhalen en bewerken van de vele honderden miljoenen waarnemingen die op aarde zijn verricht. Meteorologie is altijd al een computervak geweest: in de jaren dertig zijn al 6 miljoen Nederlandse waarnemingen op ponskaart gezet om ze “Machinaal te kunnen verwerken”, zoals dat toen heette!

Gat in de ozonlaag? Als je wilt weten hoe het gat in de ozonlaag zich jaarlijks ontwikkeld kun je kijken naar de volgende animatie. Start de animatie.

Een presentatie van de berekende neerslag. Het KNMI maakt met behulp van numerieke modellen korte-termijn verwachtingen tot 48 uur vooruit voor een gebied van circa 3000 kilometer rond Nederland en de Noordzee.

4. De invoer voor de computer of het computermodel bestaat uit waarnemingen van de weerelementen. Kunt u een beschrijving en een illustratie geven van de 'uitvoer' van een computermodel dat iets kan zeggen over aanstaande klimaatveranderingen?
Nee, de waarnemingen stoppen we er niet in, het klimaat voorspellen gaat heel anders. Wat er gebeurt, is dat wij er een bepaalde uitgangspositie (dus een bepaalde datum) in stoppen. Dan rekenen we uit via de wetten van de stromingsleer met stappen van 20 minuten hoe het weer zich over de hele aarde ontwikkelt. Dus eigenlijk op dezelfde manier waarop wij computerprognoses van het weer maken, zoals die soms op de TV worden getoond. In dit geval laten wij de computer echter honderd jaar vooruit lopen. Het weer dat hij heeft gemaakt wordt dan over een tijdspanne van 30 jaar verspreid, zodat een soort klimaat is berekend. Vervolgens kijken wij aan de hand van de waarnemingen of de simulatie iets voorstelt. Daarna wordt het experiment herhaald met toegenomen CO2 concentratie. Het verschil tussen deze experimenten geeft het effect van het broeikaseffect op het wereldwijde klimaat; als wij een uitsnede rond Nederland maken, dan weten wij het effect voor Nederland.

5. Een ander onderzoeksgebied van uw afdeling is het thema 'Optische verschijnselen'. Dat lijkt een geheel ander soort onderzoek. Of is er toch een verband met het klimaatonderzoek?
Er is wel enig verband, maar niet al te veel. Een verband is het remote sensing onderzoek van de aarde en planeten. Zo is via regenboogstrooiing het bestaan van een H2SO4 druppeltje in de Venusatmosfeer aangetoond. Zelf heb ik onlangs (januari 2003) een artikel gepubliceerd over mogelijke halo’s op de saturnusmaan Titan die te zien zouden zijn als er inderdaad voldoende grote kristallen van methaan of ethaan daar rondzweven. Op 14 januari 2005 zullen we weten of het waar is, want dan landt er een ruimtevaarttoestel op die satelliet. Overigens vormen optische verschijnselen geen onderzoeksthema van mijn afdeling. Het betreft hier een persoonlijke interesse.