Mathilde de Dood

Onderwerp: Biofysica (vwo), Menselijk lichaam (havo)

Mathilde Dood heeft experimentele natuurkunde aan de UvA gestudeerd. Ze is afgestudeerd op Amolf in de groep Bioassembly and Organisation van Marileen Dogterom. Nu is ze 1e jaars AIO (promovendus) in Enschede in de groep Biofysische Techniek van Jan Greve.

Wat waren je drijfveren om natuurkunde te studeren?

Mijn interesse voor natuurkunde ontstond al vrij vroeg mede door het feit dat mijn vader en broer allebei natuurkunde hebben gestudeerd. Tijdens de middelbare school periode werd mijn keuze steeds duidelijker. De exacte vakken spraken me zeer aan.
Op een gegeven moment moest ik een keuze maken tussen natuurkunde en wiskunde. Natuurkunde vond ik op den duur toch leuker, wiskunde was meer een hulpmiddel. Een leraar maakte eens de volgende opmerking: “Bij het ophangen van een schilderij heeft men een hamer nodig om een spijker in de muur te krijgen. Het ophangen en alles wat erbij komt kijken is de natuurkunde. De hamer is de wiskunde.”

Wat hield je onderzoek tijdens je afstuderen in?

Momenteel ben ik ook weer bezig op het gebied van de biofysica. Het onderwerp is wel totaal anders. Het onderzoek spits zich nu op het karakteriseren van eiwitten die een rol spelen bij interacties tussen witte bloedcellen. Dit kan ervoor zorgen dat we in de toekomst betere bestrijdingsmethoden kunnen bedenken voor bijvoorbeeld kanker en AIDS.

Welke rol speelt de biofysica en in het bijzonder jouw onderzoek voor de normale mens?

Tja, je zou kunnen zeggen dat we te maken hebben met een puzzel bestaand uit 5000 stukjes. Mijn eigen onderzoek is een bijdrage aan 1 stukje van de grote puzzel. Het lijkt klein, maar als je zelf puzzelt, ben je ook blij met elk stukje dat op zijn plaats valt.

Wat zijn je plannen na je promotie?

Dat is momenteel niet zo een twee drie te zeggen. Ik vind onderzoek gewoon leuk, dus het lijkt dan een logische stap om verder te gaan met een postdoc. Misschien word ik ooit nog eens professor.