Lengte-eenheid meter

Jan Roos stelde deze vraag op 06 augustus 2019 om 21:06.

Quote

Voor een waarnemer op aarde is een meter is gelijk aan de afstand die licht in vacuüm aflegt in 1/299792458 seconde. Als een voorwerp met zeer hoge snelheid t.o.v. de waarnemer beweegt, verloopt zijn tijd langzamer. Omdat de lichtsnelheid in vacuüm gelijk blijft, is een meter dus langer. Ook het voorwerp neemt in lengte toe. Bereikt het voorwerp de lichtsnelheid, is zijn lengte oneindig en staat het stil.

Is dit klassieke luchtfietserij of zit er iets van waarheid in ?

Reacties:

Theo de Klerk
06 augustus 2019 om 22:06
Quote
Het is de fietserij die bij relativiteit hoort en verwarring geeft. 

De metingen worden gedaan in een referentiesysteem dat "stil staat" voor wie zich erin bevindt en erin meebeweegt.
(de oorsprong ervan kan bewegen met de snelheid tov andere referentiesystemen).

In een dergelijk "stilstaand" systeem is er geen lengte contractie of tijdsrek. Die is er wel als lengtes worden gemeten van voorwerpen die "voorbijvliegen" maar stilstaan in hun eigen referentiestelsel. Of voorbijvliegende klokken die trager lijken te lopen.
In alle stelsels is de lichtsnelheid hetzelfde.  De meter als lengte = lichtsnelheid x (1 m/c) seconde is in elk stelsel dus gelijk groot.
Alleen zal de voorbijsuizende astronaut denken dat jouw meter toch echt korter is dan de zijne. Dat is niet anders dan de vroegere platina-iridium staaf met twee krassen erop die een meter uit elkaar liggen. Voor iemand die erbij staat is het een meter. Voor de met hoge snelheid passerende alien korter dan een meter.

In een stelsel waarbij we met een lichtstraal mee bewegen staat de tijd stil. Er kan dus ook geen 1/c seconde voorbij gaan en we kunnen nooit een lengte van 1 m opmeten. Sowieso is het lichtstraal stelsel iets aparts: alle stelsels met lagere snelheid kunnen niets bevatten dat een snelheid heeft boven deze snelheid c: het wordt slechts asymptotisch benaderd.

Plaats een reactie:


Bijlagen:

+ Bijlage toevoegen

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vraag te beantwoorden.

Roos heeft vijftien appels. Ze eet er eentje op. Hoeveel appels heeft Roos nu over?

Antwoord: (vul een getal in)