magnetisch veld bij twee stroomdraden

laermans stelde deze vraag op 02 mei 2010 om 10:28.

Quote

ik moet het magnetisch veld in een punt P berekenen. er zijn twee tegengestelde geleiders. de afstand tussen de 2 tegengestelde geleiders bedraagt 10 cm.

 Het punt p bevindt zich op een afstand van 5 cm van de eerste geleider. Deze geleider heeft een stroom I= 9 A.

 De tweede geleider (tegengesteld) bevindt zich op een afstand van 9 cm van punt p en heeft een stroom I=5A

 ik dacht dat ik dit als volgt kon oplossen:

 gebruik van de formule B=ù x I : (2 x Pi x r)

 waarbij ù = 1,257 x10-6

 

voor B1 = 1,257 x10-6 x 9 A /(2x3,14x0,05) = 3,601039 x10-5

 voor B2 = 1,257 x10-6 x 5 A /(2x3,14x0,09) = 1,111432019 x10-5

 

Dit klopt niet daar de uitkomst gelijk is aan 3,7x10-5

 ik denk dat de fout maak daar het punt P ergens tussen de 2 tegengestelde geleiders ligt daar de afstand tussen de geleiders 10 cm is en het punt p ligt op 5 cm (eerste geleider ) en op 9 cm (van de tweede geleider).

 

ik weet ergens niet hoe ik dit moet benaderen en oplossen. Kan iemand mij hierbij helpen ?

 Dank je

 

Reacties:

Jan
02 mei 2010 om 14:31
Quote

Dag Laermans,

De respectieve magnetische velden stel je voor met vectoren met groottes (lengtes) zoals je berekende. Het (resulterende) veld in punt P is dan de resultante van die twee vectoren.

De opgave suggereert niet voor niks "teken de situatie in bovenaanzicht". Ik denk dat het wel duidelijk wordt als je dát doet, en die vectoren erin tekent.

Laat je weten of het lukt?

Groet, Jan

Luc
02 mei 2010 om 15:09
Quote

Dank je voor de aanzet.

ik denk dat ik het nu weet

de nieuwe lengte (vector) =

B3= √(B12=B22)

B3 = √((3,601039742x10-5)2+(1,111432019x10-5)2)

B3= √(1,296748723x10-9+1,235281133x10-10)

B3=3,768656042x10-5

De gegeven oplossing is 3,7 x 10-5

ik denk dat dit ongeveer overeenkomst.

Klopt mijn uitwerking ?

Jan
02 mei 2010 om 18:04
Quote

Gaat al de goeie kant op. maar de driehoek met zijden van 9-5-10 cm is nét geen rechthoekige. Via de eenvoudige pythagoras je vectoren optellen komt dus niet helemaal goed. Jouw nu berekende antwoord zou je eigenlijk moeten afronden naar 3,8·10-5, en dat wijkt daardoor dus nog een beetje af.

Groet, Jan

Plaats een reactie:


Bijlagen:

+ Bijlage toevoegen

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vraag te beantwoorden.

Ariane heeft twintig appels. Ze eet er eentje op. Hoeveel appels heeft Ariane nu over?

Antwoord: (vul een getal in)