Monique Hobbelink

Onderwerp:

"Vraag je aan het begin van de geneeskundestudie welk specialisme iedereen wil kiezen dan is het antwoord óf huisarts, óf kinderarts en een enkeling zegt internist. Allemaal "zichtbare" specialismen. Van andere mogelijkheden is niemand op de hoogte. Pas in je co-schappen maak je daar kennis mee."

"Op het gymnasium had vooral de Bèta-kant mijn belangstelling. En dan alle vakken: scheikunde, natuurkunde, biologie en wiskunde. In de eerste jaren van de geneeskundestudie is natuurkunde minder prominent aanwezig. Dan is het vooral biologie en wat minder de chemie. Maar nu is de relatie tussen mijn vak en natuurkunde wél heel groot."

"Nucleaire geneeskunde is een zogenaamd tweede-lijns specialisme of 'superspecialisme'. Patiënten worden nooit rechtstreeks naar ons doorverwezen door de huisarts. Wij worden pas ingeschakeld als de eerste specialist dat nodig vindt. Dat zijn vaak chirurgen, keel-, neus- en oorartsen, urologen (blaas en urinewegen) en oncologen (tumorspecialist). We werken in een zogenaamd multidisciplinair team: met de snijdende specialist, de oncoloog, de radiotherapeut en vaak ook hartspecialist bespreken we in het team welke aanpak het beste lijkt en hoe de behandeling vordert."

"Hier in Utrecht werk ik in een team samen met 3 andere nucleair geneeskundigen. Ik ben de enige vrouw in het team, hoewel tegenwoordig 70% van de eerstejaars studenten een meisje is. Op deze afdeling werken in totaal 40 mensen, waarvan de meesten NG-laborant zijn."

Monique:
In het artsenvak heerste van oudsher wat ik noem een "macho-cultuur": veel mannen ambieerden een eigen praktijk en een fulltime baan, minder kon niet. Eisen werden als gevolg daarvan toegeschreven naar een 1,0 baan. Daarmee bedoel ik de nevenfuncties die een arts/specialist moest vervullen om goed zichtbaar te blijven en om zijn bekwaamheden verder uit te bouwen. Dat is tegenwoordig veel minder. 70% van de eerstejaars geneeskunde is tegenwoordig een meisje. In de diverse specialismen zie je nu ook dat een groter deel vrouw is. De eisen voor dit beroep verschuiven dan ook in de richting van wat vrouwen willen.

"Ons specialisme bestaat nog niet zo lang, pas in de jaren '90 kreeg het een eigen plek binnen het ziekenhuis. Nucleaire geneeskunde was oorspronkelijk een gebied voor chemici en fysici, die waren nodig voor technische ondersteuning en de ontwikkeling van nieuwe ideeën."

Bij binnenkomst op de afdeling Nucleaire Geneeskunde ga ik (Ria) ook hier op zoek naar materiaal waardoor zichtbaar wordt op welke afdeling ik rondloop. Ik zie een vitrinekast met doosjes waarin de radioaktieve stoffen verpakt hebben gezeten, samen met wat bijbehorend materiaal waarmee straling en stralingsdoses zichtbaar kan worden gemaakt. Maar vooral zie ik grote (bedrijvenreclame)posters aan de muren hangen met animaties van elektronen rond kernen en van daaruit vertrekkende stralingssporen. Namen van radioactieve elementen die ik niet ken worden daarin genoemd. Holmium is er één van.

"Ja, dat is een stof waar wij mee werken en onderzoek naar doen. Met dat onderzoek hoop ik te promoveren. Holmium-166 zendt zowel gamma- als bètastraling uit. Het heeft ook een geschikte halfwaardetijd, die is maar 1,12 dag. Op het ogenblik zitten we in de afronding van een fase-1 studie en werken we de resultaten daarvan uit. We doen studie naar effectiviteit van behandelen met Holmium166 bij levermetastasen (tumoruitzaaiïngen)."


Als je wilt weten welke straling gebruikt wordt bij nucleaire geneeskunde lees dan dit artikel.

Meer informatie over Holmium vind je hier.

De stoffen worden vaak in de slagader dicht bij de te onderzoeken plaats toegediend. Het verspreidt zich in de weefsels en dan kun je zien aan de mate van ophoping (op sommige plaatsen veel, of minder of juist niet) hoe de tumoren er uitzien en welke karakteristieken ze vertonen. Tussen het toedienen van het middel en de uiteindelijke opname die je maakt van het gebied zit soms wel een uur. Patiënten moeten zo stil als mogelijk blijven liggen want iedere (spier)aktiviteit maakt dat daar meer van de stof wordt opgenomen en dat werkt vervuilend op de uiteindelijke foto.

Scan van het lichaam. De donkere vlekken duiden op tumoren. In de blaas zie je een extra ophoping omdat er al heel wat van de stof via de urine is uitgescheiden.

De kunst is om dat soort vervuilingen er uit te filteren tijdens de beoordeling. Je moet dus een goede kennis hebben van de omliggende weefsels en hun typische kenmerken om die wel of niet te kunnen negeren. Uiteindelijk blijft er een gebiedje(s) zichtbaar waar een abnormale aktiviteit heerst. Daarvan kun je dan zeggen of het een tumor is en hoe groot en de preciese omvang.

Niet alle isotopen zijn geschikt als tracer voor onderzoek. Holmium-166 wel en voor het hoofd-hals gebied waarin wij vooral veel werk verrichten gebruiken we FDG (Fluodeoxyglucose).
Het hoofd-hals gebied was het eerste waar de NG zich mee bezig hield. Er ligt weinig weefsel omheen dat voor verstoring zorgt of de straling kan absorberen. Het buikgebied is wat dat betreft een heel ander verhaal: veel beweging (ademen), veel absoptie en veel aktieve organen. Maar in de hals liggen wel de stembanden die je gebruikt bij het spreken en dat is wat mensen vaak onbewust gaan doen als ze een periode heel stil moeten liggen. De kunst is dan om de patiënten daarvan te weerhouden. En soms is dat heel moeilijk. Dat is trouwens wel één van de taken van de laboranten, het begeleiden van de patiënten tijdens die wachttijden. Zulk intensief begeleiden maakt ook dat laboranten iets meer straling opvangen dan degenen die bijna niet in aanraking komen met patiënten. Het zorgt op jaarbasis voor een extra dosis van 0,05-1,5 mS (milliSievert, een stralingseenheid).

Wil je weten wat een tracer is? Klik dan hier

Stralingsmaxima

- De gemiddelde Nederlander krijgt 1,4 mS/jaar te verwerken (achtergrondstraling uit bodem, bouwmaterialen, wintersport, enz.).
- Kunstmatige extra (röntgenfoto’s, werken met beton) gem. 0,7 mS/jaar.
- Voor patiënten is de gemiddelde totale effectieve dosis 2,1 mS/jaar met uitschieters naar boven van 0,7-0,8 mS extra.
- Mensen in het lab NG ontvangen 0,7-0,8 mS extra door het klaarmaken van spuiten met vers klaargemaakt middelen.
- Artsen: afhankelijk van de diensten en de werkzaamheden die ze veel draaien: de arts/ therapeut krijgt het meest omdat die veel met, en dicht in de buurt zijn van, radioactief materiaal. Het is ook afhankelijk van de fase van studie waar ze in zitten. Soms zijn dat periodes met veel therapiewerk.
- Ook is het afhankelijk van welke plaats in het gebouw je je bevindt: vlak naast de toiletten die de patienten gebruiken (uitplassen radioactief materiaal) of als je werkkamer vlak naast de behandelruimte ligt, leveren grote stralingsdoses op.

Waarom Nucleaire Geneeskunde?

De keus voor het specialisme nucleaire geneeskunde heeft Monique pas laat in de opleiding gemaakt.
"Ik was vast van plan om gyneacologe te worden, was zelfs al gestart met de opleiding. Wat me echter tegenviel is dat je gyneacologie tegenwoordig niet meer als heel specialisme kunt uitoefenen. Uiteindelijk ontwikkel je je altijd in één van de deelgebieden van de gyneacologie: oncologie(tumoren), fertiliteit (vruchtbaarheid) of verloskunde. Een combinatie is in Nederland niet echt mogelijk. Je moet je als specialist blijven bekwamen in je werkgebied en het kost inmiddels zoveel tijd om alleen al de nieuwe ontwikkelingen en de literatuur daarover bij te houden, dat spreiding over meer gebieden niet meer aan de orde is."

"De ervaring van een collega-gyneacologe die ik een tijdje verving deed me een andere keus maken. Zij was namelijk als huisarts afgestudeerd maar was daarmee nooit echt tevreden geweest, gyneacologie trok haar meer. Uiteindelijk is ze later toch die studie gaan doen. Dat wilde ik niet. Ik wilde meteen de goede richting in, zonder tijd te verliezen. Tijdens mijn gyneacologiespecialistie in Amsterdam werd ik gevraagd om hier in Utrecht de opleiding NG te gaan doen. Een jong specialisme met nog heel veel onderzoeks- en ontwikkelingsmogelijkheden waarbij je je met meerdere specialistische deelgebieden moet bezighouden. Behalve met het behandelen van mensen ben ik hier ook met pure wetenschap bezig en die keuze is goed geweest. Ik ben inmiddels afgestudeerd en wil nu promoveren."