Vraag m.b.t. de lenzenformule

Thomas stelde deze vraag op 21 januari 2012 om 15:42.

Hallo alle, 

 

Met natuurkunde ben ik nu bij een hoofdstuk genaamd "Afbeelden", nu staat er een vraag in het boek die ik niet begrijp... Kan iemand mij helpen? 

De vraag luidt: 

 

De lerares biologie wil dia's projecteren in de aula van de school. Op school zijn twee diaprojectoren aanwezig. Op de ene projector zit een lens waarop staat  f= 120 mm. Op de lens van de ander staat f= 150 mm. De aula is 18 m lang. Het projectiescherm is 4 m breed, en de breedte van de dia's is 35 mm. De diaprojector moet achter in de aula worden opgesteld. 

Laat zien welke diaprojector in dit geval het best kan worden gebruikt. 

 

Alvast bedankt! 

Reacties

Jan op 21 januari 2012 om 17:12

Thomas, 21 jan 2012

 De aula is 18 m lang. Het projectiescherm is 4 m breed, en de breedte van de dia's is 35 mm.

Dag Thomas,

Kun je om te beginnen, als eerste stap dus,  met behulp van bovenstaande gegevens al eens bepalen hoever de dia van de lens zal moeten staan? Niet te moeilijk denken, dat is nog simpel geometrie van gelijkvormige driehoeken. Bedenk dat een lichtstraal door het optisch midden van de lens ongebroken rechtdoor gaat. De brandpuntsafstand van de lens is daarbij nog totaal onbelangrijk.

een schets (niet op schaal want dat lukt niet met deze enorme vergrotingen).

Groet, Jan

Plaats een reactie

+ Bijlage

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vraag te beantwoorden.

Ariane heeft dertien appels. Ze eet er eentje op. Hoeveel appels heeft Ariane nu over?

Antwoord: (vul een getal in)