Icon up Overzicht

Een sprong bij volleybal (VWO, 2015-1, opg 2)

Onderwerp: Arbeid en energie, Kracht en beweging, Modelleren

Examenopgave VWO, natuurkunde, 2015 tijdvak 1, opgave 2: Een sprong bij volleybal

Bij volleybal springt een speler vaak uit stand recht omhoog. Zie figuur 1.

Figuur 1

figuur 1.

De verticale snelheid van het zwaartepunt van een volleyballer tijdens de afzet en de daaropvolgende beweging los van de grond is weergegeven in figuur 2.

Figuur 2.

figuur 2.

Tijdens de sprong zijn de ‘afzetkracht’ en de zwaartekracht van belang. De afzetkracht is de kracht van de grond op de volleyballer tijdens de afzet.

We verwaarlozen in deze opgave de luchtweerstand. De volleyballer heeft een massa van 75 kg. 

Opgaven

a) Bepaal met behulp van een print van figuur 2 de maximale afzetkracht op de volleyballer.

b) Bepaal met behulp van een print van figuur 2 het hoogteverschil van het zwaartepunt van de volleyballer tussen het begin van de afzet en het hoogste punt.

Bij de studie bewegingswetenschappen wordt zo’n verticale sprong bestudeerd. Daarbij wordt een computermodel gebruikt van een andere sprong dan de sprong van figuur 2.

Een sprong bestaat uit een afzet en een beweging los van de grond. Drie momenten van een sprong staan in figuur 3 weergegeven. Figuur 3 is niet op schaal.

Figuur 3.

figuur 3.

  • In positie A is de springer maximaal door zijn knieën gezakt. Dit noemen we het begin van de sprong.
  • In positie B komt de springer los van de grond.
  • In positie C bevindt de springer zich in het hoogste punt.

Het afzetten wordt vergeleken met het ontspannen van een gespannen
veer. Daarbij geldt voor de grootte van de afzetkracht:

Hierin is:
- C de veerconstante,
- u de uitwijking vanaf de evenwichtsstand,
- y de hoogte van het zwaartepunt boven de grond,
- yB de hoogte van het zwaartepunt op het moment dat de springer loskomt van de grond.

Het computermodel is op twee manieren weergegeven in de figuren 4 en 5. Je kunt één van de twee manieren kiezen. In elk model zijn drie regels opengelaten.

Figuur 4.

figuur 4.

Figuur 5.

figuur 5.

Het model moet aan de volgende eisen voldoen:

  • De afzetkracht wordt voor alle waarden van y correct beschreven.
  • Op het hoogste punt (positie C in figuur 3) stopt het model.

c) Vul in een print van figuur 4 of 5 het model zo aan dat aan bovenstaande eisen wordt voldaan. (Kies één van de twee manieren.)

Een wetenschapper wil het model uitbreiden om ook de energieën van een springer tijdens zijn sprong te beschrijven. Hierbij wordt de beschikbare energie tijdens de afzet, afzetenergie Eafzet, vergeleken met de energie in een gespannen veer.

d) Welke formule voor de afzetenergie Eafzet moet de wetenschapper hiervoor aan het model toevoegen? Gebruik hiervoor de grootheden uit het model.

In figuur 6 staat een diagram met de resultaten van het uitgebreide model van de afzetenergie tegen de tijd weergegeven.

Figuur 6.

figuur 6.

e) Bepaal met behulp van figuur 6 op welk tijdstip het vermogen van de springer maximaal is.

In figuur 7 staan in een diagram de zwaarte-energie en de afzetenergie van de springer weergegeven.

Figuur 7.

figuur 7.

f) Voer de volgende opdrachten uit:
- Bepaal in de figuur op de uitwerkbijlage de grootte van de kinetische
energie op t = 0,18 s.
- Teken in de figuur op de uitwerkbijlage het verloop van de kinetische
energie tegen de tijd.

Uitwerkingen

Open het antwoord op de vraag van jouw keuze.