Rugzakgenerator (HAVO 12, 2010-1, opg 5)
Examenopgave HAVO, natuurkunde 12, 2010 tijdvak 1, opgave 5: Rugzakgenerator
Als een wandelaar met een rugzak loopt, gaat de rugzak op en neer. Daardoor
verandert tijdens iedere stap de hoogte van het zwaartepunt van de rugzak.
De wandelaar loopt met constante snelheid. Figuur 1 is de grafiek van de hoogte
van het zwaartepunt van de rugzak als functie van de tijd.
|
|
|
figuur 1. |
De massa van de rugzak is 29 kg.
Opgaven
a
Bij iedere stap legt de wandelaar 0,70 m af.
Eén periode in het diagram komt
overeen met één stap.
Een Amerikaanse bioloog heeft
een manier bedacht om uit de
verticale beweging van de rugzak
elektrische energie te halen.
Hij ontwierp een rugzakgenerator.
Deze bestaat uit een frame waarop
een dynamo is bevestigd. Aan het
frame dat vastzit aan de rug van de
wandelaar, wordt de rugzak verend
opgehangen. Tijdens het lopen
beweegt de rugzak ten opzichte van
het frame en drijft, via een zo
geheten tandheugel, de dynamo aan.
Zie figuur 2.
|
|
|
figuur 2. |
De wandelaar gaat met deze rugzak op dezelfde manier lopen als hiervoor.
De bovenste grafiek in figuur 3 is de grafiek van de hoogte van het frame en van de rugzak als functie
van de tijd.
|
|
|
figuur 3. |
Het verschil van de twee grafieken geeft weer hoe de rugzak beweegt ten opzichte van het frame. De verschilgrafiek is de onderste grafiek in figuur 3. De grootte van de amplitude A van de trilling die de rugzak ten opzichte van het frame uitvoert, kan worden bepaald met behulp van figuur 3.
cDe dynamo levert een gemiddeld vermogen van 3,7 W.
d
De veerconstante van de twee veren samen is gelijk aan 4,1 * 103
N/m.
De massa van de rugzak is nog steeds 29 kg.
De rugzakgenerator wekt de meeste energie op als de eigenfrequentie van de
rugzak gelijk is aan de stapfrequentie. Stel dat aan deze voorwaarde is voldaan.
De wandelaar gaat nu sneller lopen door zijn stapfrequentie op te voeren.
Om weer de maximale energieoverdracht naar de generator te krijgen, zou de
wandelaar de massa van de rugzak moeten veranderen.
Uitwerkingen
Open het antwoord op de vraag van jouw keuze.
Uitwerking vraag (a)
Het verschil tussen de maximale en minimale zwaarte-energie kan bepaald worden met:
Δ Ez = m * g * Δ H
met m de massa (29 kg), g de versnelling van de zwaartekracht (9,81 m/s
2
) en ΔH het verschil in hoogte.
Deze laatste kun je aflezen in figuur 1 en is ongeveer 0,054 m.
Dit geeft:
Δ Ez = 29 * 9,81 * 0,054 = 15 J
Uitwerking vraag (b)
Een periode duurt ongeveer 0,52 seconde. In dit tijdsinterval legt de wandelaar 0,70 m af. De snelheid is dus:
v = Δ s / Δ t = 0,70 / 0,52 = 1,35 m/s = 1,35 * 3,6 = 4,8 km/h.
Uitwerking vraag (c)
De amplitude A is de maximale afstand tussen de 2 lijnen in de bovenste grafiek van figuur 3. Deze is 2,4 cm.
Uitwerking vraag (d)
De opgewekte energie is te bepalen door het gemiddeld vermogen te vermenigvuldigen met de tijdsduur. Dit geeft:
E = P*t = 3,7 * 3,5 * 3600 = 4,7 * 104 J.
Uitwerking vraag (e)
De periode T is te berekenen met:
T = 2 * π * ( m / C )0,5
met m de massa en C de veerconstante. Dit geeft:
T = 2 * π * ( 29 / 4,1 * 103 )0,5 = 0,528 s
De eigenfrequentie is dan dus:
f = 1 / T = 1 / 0,528 = 1,9 Hz.
Uitwerking vraag (f)
Als de stapfrequentie toeneemt moet de eigenfrequentie van de trilling ook toenemen. Dit houdt in dat de periode van de trilling kleiner moet worden. Dit gebeurt als de massa van de rugzak kleiner is.
Als u wilt reageren op dit artikel moet u eerst inloggen.
RSS Feed